Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Analyse uitslag: de grote dikke ik heeft gewonnen

Jacqueline Kalk, Rosalie Bedijn & Jan Erik Keman

Een vreemde en lastig te duiden uitslag. Natuurlijk hebben we ten opzichte van 2014 verloren: in sommige plaatsen flink en in andere gemeenten viel het mee. En in toch nog een substantieel aantal gemeenten gingen we erop vooruit. In totaal haalden we 548 zetels (7,4% van het totaal) binnen. Vergeleken met de 698 zetels van 2014 is dat een behoorlijk verlies (-21%). Toch blijven we qua zetelaantal de grootste linkse landelijke partij (GroenLinks heeft meer stemmen behaald, red.).

Onze lokale wortels zijn sterk gebleven. In bijna alle 335 gemeenten deden we mee op een PvdA-lijst, in een samenwerkingsverband of met een lokale partijnaam. En ondanks het soms pijnlijk grote verlies zijn we in slechts een paar gemeenten geheel uit de raad verdwenen.

De vrije val is gestuit 

Wie verdere lichtpuntjes wil zien, hoeft niet ver te zoeken. Als je percentages van de Kamerverkiezingen met die van nu vergelijkt, gaan we er in heel veel gemeenten op vooruit, terwijl we in maar een handvol gemeenten verliezen. Of de put daarmee gedempt is, valt natuurlijk niet te zeggen. De vrije val van 2017 lijkt woensdag echter niet te hebben doorgezet.

Ook als je ons afzet tegen de landelijke partijen is het beeld dubbel. GroenLinks won flink en heeft nu 8,3% van de stemmen, terwijl D66 (-22%) en SP (-23%) verhoudingsgewijs evenveel zetels als de PvdA moesten inleveren. D66 werd bestraft voor kabinetsdeelname en de winst van GroenLinks ging voor een gedeelte ten koste van ons, D66 en de SP. De PvdD pikte een graantje mee en mag zich in Amsterdam en Utrecht nu een kleine middenpartij noemen.

Maar daarmee heb je maar een gedeelte van de uitslag geanalyseerd. De lokale partijen wonnen flink en zijn nu met 32,8% nog groter dan in 2014. Ook nu zien we weer een ruk naar rechts. De VVD en het CDA hebben nauwelijks last van de kabinetsdeelname en de rechtspopulistische partijen als het Forum voor Democratie en de PVV gaan in 30 gemeenten in de raad meedoen. Dat de PVV in Den Haag (-7 zetels) en Almere (-3 zetels) waar ze al eerder meededen flink verloren is slechts een kleine pleister op de wond.

Maar deze uitslag betekent meer versplintering en eigen belang

Aan de andere kant van het spectrum zien we dat de belangen- en doelgroepenpartijen eveneens aan een opmars bezig zijn. DENK haalde in Rotterdam en Schiedam 4 zetels en kwam alleen in Alkmaar niet in de raad. Bij1 bemachtigt een Amsterdamse zetel en 50PLUS ging van 2 naar 32 zetels. De versplintering is daarmee in veel plaatsen (ditmaal meest zichtbaar in de grote steden) verder toegenomen.

De opmars van ‘de grote dikke ik’ is dus niet gestuit. Het is daarmee geen fijne uitslag. Ondanks de grote winst van GroenLinks heeft links over de gehele linie verloren. Verontrustend is verder dat regeringsdeelname voor progressieve partijen een electorale afstraffing lijkt op te leveren: wij bij de Kamerverkiezingen en D66 nu. De dominantie van de lokale partijen betekent bovendien dat in veel gemeenten het deelbelang van een specifieke achterban of het belang van een bepaalde wijk of dorp de boventoon voert. Het ik-belang wint het van het algemeen belang. Met het oog op de taken van de lokale overheid is dat geen fijne ontwikkeling.

Verkiezingsuitslag PvdA nader bekeken

Lokale successen

Zoals gezegd ging het in een aantal gemeenten gewoon heel goed gedaan. In Harlingen en Almere hebben we 2 zetels winst behaald. Met 7 zetels mag Jerzy Soetekouw zich nu fractievoorzitter van de tweede partij in Almere noemen en Hein Kuiken is met zijn fractie van vijf de grootste in Harlingen. Verder behaalden we in Emmen, Alblasserdam, Zutphen, Hattem, Leiderdorp, Loppersum, Mook en Middelaar, Ridderkerk, Born, Brielle, Dalfsen, Eemnes, Gennep, Nuenen, Overbetuwe, Roerdalen, Tubbergen, Waterland en Nissewaard een zetel winst.

Terschelling

32,1%

Harlingen 

26,1%

Mook en Middelaar

25,0%

Alblasserdam   

19,8%

Veendam 

18,6%

Tabel 1 Hoogste percentage PvdA in de gemeente

Harlingen en Mook en Middelaar hebben nu al twee gemeenteraadsverkiezingen op rij (2010 en 2014) winst geboekt. De winst in Mook en Middelaar is bijzonder. Ten opzichte van de vorige gemeenteraadsverkiezingen was het verschil 7,1% en ten opzichte van de landelijke verkiezingen in 2017 was dit 18,9%. In Harlingen steunde ditmaal 26,1% van de kiezers ons, terwijl dat bij de Kamerverkiezingen nog 8,6% was. In de Nissewaard was dit verschil ook groot: plus 8,7%. 

In een aantal gemeenten hebben we wel een procentuele winst behaald, maar heeft zich dat niet in zetelwinst vertaald. Dat geldt voor Veendam, Drimmelen, Westvoorne, Brunssum, Geldrop-Mierlo, Valkenswaard, Huizen, Pekela, Oldambt, Montferland, Oost Gelre, Hof van Twente, Moerdijk, Katwijk, Oldenzaal, Veldhoven, Lopik, Barendrecht, Elburg, Someren, Medemblik, Oldebroek, Deventer en Nieuwegein. In Deventer telt onze fractie 6 zetels en in Hof van Twente en Veendam 4 zetels. Helaas  zijn er onder de percentuele stijgers ook pechvogels. In de gemeente de Wolden en Schouwen-Duiveland gingen we ondanks een hoger percentage van 2 naar 1 zetel.

Mook en Middelaar

7,2%

Harlingen

4,6%

Brielle

4,4%

Borne

3,4%

Alblasserdam

3,2%

Tabel 2 Grootste stijging ten opzichte van gemeenteraadsverkiezingen in 2014

Tot slot zijn we na woensdag in Terschelling, Harlingen, Heerenveen, Midden-Drenthe en in Oldambt de grootste. Met Leeuwarden en Midden-Groningen (na de herindelingen van 2017, red.) komt dat neer op een totaal van 7 gemeenten.

Verklaring voor de winst

De grote vraag is natuurlijk waarin die winst zit. Hoe onderscheiden deze gemeenten zich van de rest van Nederland? Zijn het de wethouders? In Zutphen, Harlingen, Alblasserdam, Someren en Deventer hebben we met Annelies de Jonge, Hein Kuiken, Dorien Zandvliet, Theo Maas en Jan Jaap Kolkman inderdaad hele sterke wethouders. Ook Ingrid Wolsing bleef in Montferland meer dan overeind.

Maar in andere gemeenten hebben we met hele zichtbare en sterke wethouders toch verloren. Het hele verhaal ligt waarschijnlijk in een combinatie van factoren (geslaagde campagne, lokale kwesties, wethouder en meer). Teveel voor nu, maar wel een naderende analyse waard. We komen hier in de komende edities van Lokaal Bestuur uiteraard op terug. 

Lokale drama’s

Dan het zuur. In Blaricum, Roermond, Simpelveld, Gemert-Bakel, Hillegom, Laren en Wijk bij Duurstede is het niet gelukt om een zetel te veroveren. In de thuisstad van DENK-voorman Selçuk Öztürk (Roermond) verloren we alle drie zetels. Naast DENK boekte GroenLinks daar een grote winst. En in Blaricum is het ondanks een percentuele winst voor de twee keer op rij niet gelukt een zetel te veroveren.

Landsmeer  

-6,9%

Landgraaf  

-7,1%

Amsterdam

-7,4%

Heerenveen 

-8,8%

Steenbergen    

-9,1%

Tabel 3 Grootste daling ten opzichte van gemeenteraadsverkiezingen 2014       

Dat percentages ook niet alles zeggen, zien we terug bij Heerenveen. Ze zullen daar ongetwijfeld balen van het verlies, maar aangezien we daar de grootste blijven, zal de kater iets minder lang duren dan in andere gemeenten.        

Flink verlies in G4

Qua media aandacht hoefden de grote steden deze verkiezingen niet te klagen. Het verkiezingsresultaat laat een verdere versplintering en een groot verlies voor onze fracties zien. Belangen- en doelgroepenpartijen als DENK (maar in Utrecht ook een partij als Student & Starter) en kleinere partijen als de PvdD en de CU mogen het met meerdere raadsleden gaan proberen. In Rotterdam (-3 zetels) en Amsterdam (-5 zetels) blijven er vijf PvdA’ers in de raad over, terwijl Utrecht (-2 zetels) en Den Haag (-3 zetels) het met 3 fractieleden moeten doen.

grafiek_g4.pngOpvallend is daarbij het contrast tussen het succes van de lokale populistische partijen in Rotterdam (Leefbaar Rotterdam) en Den Haag (Groep de Mos) en dat van GroenLinks (en de toch nog grote D66-fracties) in Utrecht en Amsterdam. Het tekent het verschillende karakter van de steden: kosmopolitisch tegenover laagopgeleid. Maar eerlijk is eerlijk: in studenten- en yuppenstad Utrecht heeft GroenLinks het met een zichtbare en inhoudelijk onderscheidende wethouder natuurlijk ook gewoon goed gedaan. Dat wij in Den Haag ook zo’n wethouder hadden, doet helaas niet ter zake. Het is niet anders.

De rest van de G38

grafiek_oosten.pngOok hier wijkt de uitslag bij deze verkiezingen in negatieve zin af van de landelijke trend. De van oudsher sterke positie van de PvdA in de steden is al langer aan het afbrokkelen en deze trend heeft zich voortgezet. Met uitzondering van Emmen en Almere hebben we ten opzichte van 2014 in geen enkele van de grote steden een zetelwinst geboekt. Wel haalden we in Breda, Deventer en Haarlem evenveel zetels als in 2014. En in steden als Leiden, Enschede, Arnhem, Gouda, Nijmegen, Zaanstad, Lelystad, Den Bosch en Delft leverden we slechts 1 zetel in en zijn we één van de middelgrote partijen gebleven. Ook in Eindhoven bleven we ondanks een verlies van 2 zetels overeind en zijn we met 6 zetels net achter GroenLinks en de VVD geëindigd.

grafiek_midden_randstad.pngMaar zoals gezegd verloren we in een aantal steden verhoudingsgewijs veel. In Amsterdam, Amersfoort, Almelo, Apeldoorn, Den Haag, Dordrecht, Ede, Hengelo, Heerlen, Sittard-Geleen, Schiedam, Tilburg en Zoetermeer leverden we de helft of meer dan de helft van onze zetels in. Een negatieve uitschieter is Tilburg met een verlies van 3 van de 5 zetels. Net als in Den Haag en Rotterdam heeft het populisme daar een grote overwinning geboekt. De oud-chauffeur van Pim Fortuyn, Hans Smolders, ging er daar met 10 zetels vandoor.

grafiek_zuiden.pngToch zijn er ook hier lichtpuntjes. Als je naar de Tweede Kamerverkiezingen kijkt, zijn er geen grote uitschieters naar beneden. Met 3,2% in 2018 en 4,2% in 2017 wijkt Sittard-Geleen het meest in negatieve zin af. In de andere gemeenten met grote zetelverliezen bleven we min of meer gelijk of mochten we zelfs een kleine plus noteren. Ondanks het verschil in opkomst tussen de landelijke en Tweede Kamerverkiezingen kunnen we toch voorzichtig concluderen dat de vrije val van 2017 ook in de grotere steden niet heeft doorgezet.  Kijkend naar de positieve uitschieters valt dan ook op dat we in Eindhoven en Venlo ondanks zetelverlies ten opzichte van 2017 maar liefst 7,1% en 6,9% winst boekten.

 

Uitslag 2018

Uitslag 2017

+ verschil

Almere

13,9%

6%

7,9%

Emmen

16%

8,5%

7,5%

Eindhoven

12,3%

5,2%

7,1%

Venlo

10,9%

4%

6,9%

Tabel 4 Top 4 positieve uitschieters van G38 ten opzichte van landelijke verkiezingen

Samenwerkingsverbanden en lokale progressieve partijen

In 30 gemeenten hebben we meegedaan in een officieel samenwerkingsverband met de naam PvdA op het stembiljet. In de meeste gevallen in samenwerking met GroenLinks. Deze gemeenten laten een wisselend beeld zien. Voorstanders van samenwerking beweren vaak dat je de uitslag van beide uitzonderlijke partijen met elkaar kan optellen. Bij deze verkiezingen blijkt dat zeker niet altijd het geval. Zo verloren PvdA/GroenLinks in Boxtel ten opzichte van de gecombineerde uitslag van de PvdA en GroenLinks tijdens de Tweede Kamerverkiezingen 6,8%. Ook in het Limburgse Meerssen waar D66, PvdA en GroenLinks samenwerken, moest men flink inleveren: 16,5% in plaats van 23,4% wat je had mogen verwachten. En in Twenterand waar een combinatie van PvdA en GroenLinks voor het eerst meedeed, leverde men ten opzichte van de Kamerverkiezingen 1,7% in.

Bij samenwerkingsverbanden is het zeker niet altijd een optelsom  

Daar staat tegenover dat combinatiepartijen in sommige andere gemeenten het wel goed deden. Zo noteerde GroenLinks/PvdA-Bergeijk een plus van 13,3% en deed men het in Vught ook buitengewoon goed met 20,2% in plaats van 14,7%. En in Veere gingen de PvdA en GroenLinks van 10,5% in 2017 naar 23,6% in 2018. In het merendeel van de gemeenten spelen de partijen ten opzichte van de Kamerverkiezingenter echter min of meer quitte.

Dan zijn er nog 40 gemeenten waarin PvdA-leden onder de vlag van een lokale partij actief zijn. Deze lokale partij heeft vaak een deel van haar wortels in de PvdA. De partijnamen zijn daarentegen niet meer te herleiden tot de PvdA. Ook bij deze lokale partijen is een wisselend beeld te zien. In Bladel (PRO5, -6,9%), Kaag en Braassem (PRO Kaag en Braassem, -4,1%) en Grave (Verenigd Progressief Grave, -6%) werd een klap ten opzichte van de GR-14 geïncasseerd, terwijl de champagneflessen in Vlieland (GroenWit, +16,3%) en Haaren (Progressief 96, +10,3%) ontkurkt mochten worden.

Voorlopige slotsom

We zijn nog steeds sterk lokaal geworteld en blijven in 329 gemeenten vertegenwoordigd. Maar juist in de grote steden, waar we van oudsher het sterkst waren, kregen we de grootste klappen. Dat is voor nu heel zuur en voor de nabije toekomst een uitdaging. Hoe winnen we de steden weer terug? En hoe kan de sociaal-democratie weer meer het verschil maken?

Daarbij moeten we zeker kijken naar de opkomst van de lokale partijen. Betekent deze ontwikkeling dat we ons meer moeten profileren als PvdA-lokaal, meer moeten kiezen voor lokale samenwerkingsverbanden of meer moeten opgaan in lokale progressieve partijen? Een eerste blik op de uitslag biedt geen uitsluitsel.

We komen van ver en zijn er nog lang niet, maar toch biedt deze uitslag hoop 

Wat wel duidelijk is dat lokale kwesties vaak een rol spelen. Of je nog van tweede orde verkiezingen kan spreken, is voer voor politicologen, maar je kan als lokaal politicus zeker het verschil maken. In negatieve zin (met ruzie en slecht beleid), en in positieve zin (door zichtbaarheid en concreet resultaat).

Hoe het allemaal precies zit, komt in de komende edities van Lokaal Bestuur aan bod, maar voor nu sluiten we af met een positieve noot. We wisten dat we de klap van 2017 niet in één keer te boven zouden komen en dat is ook niet gebeurd. Maar ten opzichte van de Kamerverkiezingen is er in veel gemeenten een licht en in sommigen zelfs een flink herstel te zien. Ook als je kijkt naar hoeveel mensen bij deze lage opkomst op ons hebben gestemd (meer dan 500.000 met 54,8% opkomst) en dat afzet tegen maart vorig jaar (met moeite 600.000 met 81,6% opkomst), mag je voorzichtig concluderen dat de weg omhoog gevonden is.  Dat het een lange weg zal zijn en veel vertrouwen moet worden herwonnen, leidt geen twijfel. Maar dat betekent natuurlijk niet dat het niet kan: ‘Makkers! Ten laatste male tot de strijd ons geschaard en de Internationale zal morgen heersen op Aard.‘

 

Geraadpleegde bronnen: www.verkiezingensite.nl, www.nos.nl/artikel/2223623-bekijk-hier-alle-uitslagen-van-de-verkiezingen.html, www.verkiezingsuitslagen.nl en www.rtlnieuws.nl/verkiezingen 

 

Afbeelding: Herman Wouters | Hollandse Hoogte

Uit publicatie Nieuwsbrief, 23 maart 2018

Gerelateerde artikelen:

Jacqueline Kalk

Column Jacqueline: Tegen de stroom in

Lees artikel

Kirsten Verdel & Marjolein Wessels

Eerste reactie lijsttrekkers: soms zit het mee, soms behoorlijk tegen

Lees artikel

Jacqueline Kalk & Gert Jan Leerink

Succesvol onderhandelen doe je zo

Lees artikel