Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Alleen her-ideologisering kan de PvdA redden

Jurjen Sietsema

Het zit diep bij Adri Duivesteijn. Met ‘verbijstering’, zoals hij het zelf noemt, ziet hij wat er binnen de PvdA gebeurt. ‘Er is wat mij betreft echt sprake van een flinke interne crisis. We zitten letterlijk gevangen in het regeerakkoord, in de samenwerking met de VVD en in wat onze leiders zeggen. Waarom laten we alles zonder morren over ons heenkomen?’ Voor Lokaal Bestuur was deze  prangende vraag aanleiding om bij Adri thuis, in Den Haag, aan te schuiven aan de keukentafel, samen met Martijn Balster (fractievoorzitter  PvdA in de gemeenteraad van Den Haag), voorzitter van de Jonge Socialisten Bart van Bruggen en gespreksleider Jacqueline Kalk, secretaris van het Centrum voor Lokaal Bestuur.    

De PvdA staat met transactie denken haar eigen waarden in de weg is de titel van het essay waarin Duivesteijn afgelopen zomer zijn zorgen uitte.  De samenwerking met de VVD in het huidige kabinet kan Duivesteijn nog steeds niet plaatsen. Ook politiek-strategisch niet. ‘Ik begrijp natuurlijk wel dat het de  uitkomst kan zijn van verkiezingen en dat je moet samenwerken. Daar ben ik ook niet principieel tegen. Alleen heb ik nooit begrepen waarom we ons op deze manier hebben laten verleiden om in dat ‘net’ van de VVD te stappen. Zeker niet omdat ons eigen programma, dat prima is, doorspekt is met onze sociaaldemocratische waarden. De ideologische koerswijziging, die  is begonnen bij Wouter Bos, zie je nu uitmonden in een tamelijk technocratisch handelen. Er is sprake van transactiedenken, alsof je een handelsakkoord sluit. Niet iedere maatregel daarin is per definitie slecht, maar ze zijn niet gekoppeld aan onze waarden maar aan de transactie. Het is een vorm van zaken doen waarbij je dingen inlevert die je nooit van je leven mag inleveren.’ ‘

Grote fouten

Jacqueline: ‘Martijn en Bart, delen jullie de analyse dat de PvdA op dit moment politiek bedrijft op basis van handelsakkoorden in plaats van waarden?’
Martijn: ‘Ik denk dat algemeen erkend wordt dat het een uitruil is geweest. Ik ben het met Adri eens dat er voor ons een aantal grote fouten in het regeerakkoord zit. Wij zijn de partij van de sterke overheid, van zekerheid. Wij zijn de partij van het collectivisme, de coöperaties, van dingen dicht bij mensen organiseren. De decentralisaties kunnen daar een goed voorbeeld van zijn. De VVD is van het individu. Die drie, gemeenschapszin, individu en overheid, daartussen moet je een compromis zien te vinden. Twee daarvan, het individu en de  gemeenschapszin, zijn buiten het regeerakkoord gelaten. Dat is inderdaad al met Wouter Bos begonnen en dat brengt risico’s met zich mee. De verzorgingsstaat, bijvoorbeeld, moet worden vormgegeven op een manier waarop de gemeenschapszin wordt gemobiliseerd. Dat doen we wel met de Participatiewet, maar daar kom je met de VVD niet uit. Ze begrijpen het verhaal niet en daar loop je in vast’.

Bart: ‘Ik zit er een beetje dubbel in. Als je alleen al naar de peilingen kijkt, moet je toegeven dat het niet zo goed gaat met de PvdA. Maar ik vraag me wel of dat ligt aan de manier waarop het regeerakkoord tot stand is gekomen. Hans Spekman is heel erg bezig met de “waardegedreven politicus”. Ik vind het vaak moeilijk om dat te rijmen met hoe ze het op het  op dit moment op het Binnenhof doen. Ik weet niet of dat hem nu zit in transactiedenken of dat het gebrek aan herkenbaarheid meer zit in die diepgevoelde missie van Diederik Samsom om alles met iedereen te verbinden en de brug te slaan met de VVD met zijn “eerlijke verhaal”.

Martijn: ‘Maar is dat eerlijke verhaal dan de verbinding tussen de PvdA en de VVD? Ik vond het krachtig dat hij open en eerlijk vertelde dat er op veel vlakken pijn geleden moet worden.’

Bart: ‘Maar dát heeft niemand gehoord’.

Martijn: ‘De manier waarop je het vertelt, moet inderdaad wel een voldoende herkenbaar sociaaldemocratisch verhaal zijn.’

Bart: ‘Die herkenbaarheid mis ik zelf ook heel erg.’

Martijn: ‘Je constateert dat maatschappelijke instituties op grote afstand zijn komen te staan. Dat de huurder niets meer te zeggen heeft, dat degene die zorg nodig heeft niets meer te zeggen heeft en dat iedereen vervolgens alleen nog maar gaat voor zijn eigen recht en zijn eigen gelijk. Eigenlijk moet je toe naar het dichterbij organiseren en ervoor zorgen dat je de solidariteit weer terugkrijgt in de wijken en dat vervolgens koppelen aan wat mensen voor elkaar kunnen doen.’

Flirten met de markt

Adri: ‘Misschien ontwikkelt zich een nieuwe politieke generatie, die streeft naar een breed georganiseerde progressieve partij. Maar zelf ga ik nog steeds uit van een sociaaldemocratische partij. Een partij, die zich echt onderscheidt van de VVD. De VVD staat voor de kleine overheid. Daar zijn ze heel principieel in. Alles moet naar de markt. Zowel de overheid als het middenveld moet verkleind worden, desnoods via vermarkting. Wij zijn als PvdA juist meer de partij van de overheid, die bescherming biedt aan mensen die zichzelf niet zo goed kunnen redden. Waar wij minder oog voor hebben, is dat burgers zelf ook collectief hun leven kunnen organiseren, bijvoorbeeld door een energiecoöperatie of wooncoöperatie op te richten of de zorg op een andere manier in te richten. Dat is juist de oorsprong van de sociaaldemocratie. Wat je ziet is, dat het de VVD goed lukt om de overheid kleiner te laten worden en het middenveld te vermarkten, terwijl wij geen moderne sociaaldemocratische pendant hebben ontwikkeld  die is gebaseerd op de eigen kracht van burgers.’

Jacqueline: Wij hebben zelf toch heel sterk geflirt met die markt?’

Adri: ‘Ik ben niet per se tegen de markt. De overheid en een deel van het middenveld moet je heel principieel op een andere manier willen organiseren dan langs de lijnen van de markt. Het probleem is dat we de vorming van onze ideeën daarover zo zwak ontwikkeld hebben, dat we op dat punt geen tegenkracht meer bieden. Ik heb dat zelf ervaren bij het huurdebat. Mijn kritiek was dat je wel belasting mag heffen, want er is genoeg geld bij de corporaties, maar het geld moet wel terug  de stad in. Ik durf te beweren dat  de voorstellen die ik heb gedaan de overheid meer geld opleveren dan de verhuurdersheffing.’

Jacqueline: ‘Bart, jij lijkt nog niet echt overtuigd.’

Bart: ‘We delen de zorg dat het niet goed gaat en op welke terreinen. Maar ik weet niet of je wel echt iets kunt bereiken als je dingen niet onderhandelbaar maakt. Op terreinen zoals wonen en zorg kun je je dat misschien permitteren. Het risico is wel dat je op een gegeven moment op alle terreinen je invloed kwijtraakt. Als je met een complete tegenpool onderhandelt moet je over alles kunnen praten. Volgens mij zijn mensen niet het vertrouwen in de politiek of in de PvdA kwijt doordat er snel geformeerd is of doordat er dingen in de formatie zijn uitgeruild. Ze zijn het vertrouwen in ons verloren omdat er nog onvoldoende aanspreekbare en   zichtbare resultaten zijn waar ze zich in herkennen. En omdat alles wat we in de afgelopen twee jaar gedaan hebben, heeft plaatsgevonden omdat het begrotingstekort terug moest naar 3 procent.. Dat was funest voor de geloofwaardigheid van ons verhaal over bijvoorbeeld de decentralisaties. Die operatie zou op termijn geld moeten opleveren, maar de transitieperiode gaat gewoon geld kósten. Je kunt niet een heel nieuw systeem inrichten en verwachten dat het meteen goedkoper is dan het oude. Je kunt moeilijk geloofwaardig maken dat je de zorg dichter bij mensen wilt organiseren omdat het beter is terwijl je dat doet onder de paraplu van bezuinigingen om de Brusselse norm te halen.’

Martijn: ‘In feite zeg jij dus ook dat het transactiedenken is, voor een deel althans. Mensen snappen wel dat er bezuinigd moet worden maar ze willen alleen dat dat op een sociale manier gebeurt.’

Sociale domein

Jacqueline: ‘Straks is de lokale overheid aan zet in het hele sociale domein. Is het dan denkbaar dat je goed werk uitruilt tegen bestaanszekerheid?’  

Martijn: ‘Die begrippen zijn te abstract om ze te kunnen uitruilen. Maar het kan wel zijn dat als het om goed werk gaat, je meer uitruilt dan je zou willen terwille van die bestaanszekerheid. Ik zou willen dat dat niet zo was, maar we zijn niet in ons eentje de baas.’

Adri: ‘Transactiedenken is heel slecht. Dan maak je er een handelsakkoord van. Het moet een regeerakkoord zijn. Op het moment dat de PvdA en de VVD met elkaar gaan samenwerken, ga je op zoek naar de synthese. Ik vind dat ze gefaald hebben in het creëren van de synthese tussen de verschillende ideologieën. De decentralisaties bijvoorbeeld, zijn  een volstrekt technische operatie. Daarin wordt  alleen maar geregeld dat  wat de rijksoverheid nu doet, voortaan door de gemeente moet worden gedaan,  met minder financiële middelen. Daar had een heel principieel ideologisch verhaal bij kunnen zitten over hoe gemeenten, desnoods via een kaderwet, in staat worden gesteld om te komen tot een totaal nieuwe invulling van zorg door middel van burgerparticipatie.

Martijn: ‘Die participatiesamenleving is een compromis tussen de kale eigen verantwoordelijkheidsgedachte van de VVD en ons collectieve solidariteitsidee.’

Adri: ‘Daar hadden we dus heel fundamenteel over door moeten discussiëren’.

Perspectief ontbreekt

Bart: ‘Ik heb het gevoel dat binnen onze partij heel veel mensen zich niet zo bewust zijn van de herkomst van onze waarden. De trajecten die Hans Spekman nu aansnijdt, vind ik hoopvol. Maar als je kijkt naar de huidige generatie actieve politici dan zie ik daar weinig waardegedrevenheid in. Ze zijn zich weinig bewust van wat die sociaaldemocratische waarden zijn’.

Martijn: ‘Het belangrijkste doel is tot nu toe geweest: hoe komen we zonder al te veel schade uit de crisis en uit de situatie met de overheidsfinanciën waarin we tot nu toe zaten.  Terwijl je zou moeten beginnen  met de vraag: hoe kom je op een sociale manier uit de crisis, en hoe bouw je de samenleving weer op?”

Adri: ‘Er is in ons PvdA-verhaal tot nu toe niet gekeken naar een sociaaldemocratisch perspectief. Naar de vraag of het de moeite waard is om mee te werken aan die maatregelen omdat het daarna beter wordt? En hóe wordt het dan beter? Dat perspectief ontbreekt. Bij de kiezer en ook bij partijgenoten.’

Jacqueline: ‘Er zijn heel veel initiatieven als het gaat om die waardegedrevenheid. Hoe gaan we dat verankeren?’

Martijn: ‘Het moet straks in de gemeenten gaan gebeuren en dat vraagt om herkenbare politici die laten zien hoe die waarden tot uitdrukking komen in heel goed lokaal beleid. En die slag moet ook in dat Van Waarde-debat nog worden gemaakt.’

Adri: ‘Ik ben heel erg enthousiast over het Van Waarde- project, maar daar zitten geen concrete uitwerkingen in. Wij hebben ons vast laten zetten in simplistische tegenstellingen als conservatief en progressief, liberaal en sociaaldemocratisch, rechts en links, oude politiek en nieuwe politiek. Voor mijn gevoel zit de creativiteit hem juist in verbindingen. Die slag hebben we gemist. Dat is de existentiële crisis waarin we op dit moment als PvdA zitten en ik ben daar niet optimistisch over. We zullen door die crisis heen moeten. En dat kan wat mij betreft alleen maar door her-ideologisering. Een beladen woord. Maar ik denk dat we alleen op die manier echte stappen kunnen zetten voor de toekomst van de sociaaldemocratie in Nederland.’

KADER

DOODSE STILTE

Centraal in het essay van Adri Duivesteijn staat de groeiende kloof tussen de politieke top van de PvdA en de achterban, de leden en de kiezers. Hij wilde er  een debat mee aanzwengelen over de identiteitscrisis waarin de partij lijkt te verkeren sinds de samenwerking met de VVD in het tweede kabinet Rutte. Duivesteijn vroeg de partijtop (Hans Spekman, Diederik Samsom en Marleen Barth, de voorzitter van de Eerste Kamerfractie) het essay te verspreiden onder de deelnemers van de Politieke Ledenraad en de leden in het land. Tot zijn verbijstering gebeurde dat niet en bleef het ook nog eens doodstil toen hij het essay publiceerde op zijn eigen website. ‘Wat is er binnen de partij gebeurd dat wij ons hebben laten verleiden tot een situatie waarin we met zijn allen aan de kant staan te kijken naar wat de top doet en we de gevolgen zonder morren over ons heen laten komen?’

Het essay van Adri Duivesteijn is de vinden op:

Op de foto: Adri Duivesteijn in gesprek met Bart van Bruggen, Jacqueline Kalk en Martijn Balster.
Foto: Jurjen Sietsema

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 38 nr. 12 December 2014
Reageer