Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Akkoordenmoe

Jacqueline Kalk


Waar zijn de tijden gebleven dat we leefden in de wereld van het regeerakkoord? Of - op gemeentelijk niveau - het coalitieakkoord? Akkoorden waarin de compromissen werden verwoord tussen de partijen die samen de regering of het college gingen vormen, die bereid waren over en weer water bij de wijn te doen om samen het land of de gemeente/provincie/het waterschap te besturen.

Blijkbaar past dat niet meer in deze tijd. We leven nu in de wereld van de andere akkoorden: het zorgakkoord, het sociaal akkoord, het woonakkoord, het pensioenakkoord en nu al weer het nieuwe zorgakkoord, en dan heb ik er ongetwijfeld nog een aantal vergeten. Het streven naar een zo breed mogelijk draagvlak onder al deze akkoorden is prijzenswaardig, maar de vraag dient zich wel aan hoe we door de bomen het bos nog kunnen blijven zien.
Ook lokaal zien we de behoefte aan het sluiten van akkoorden groeien. Misschien is het een reflex op de mannetjesputterij waarmee het regeerakkoord is gemaakt. Een heel kleine groep mannen die in plaats van compromissen te zoeken, kaartjes uitruilden. Een soortement Pokémon maar dan voor gevorderden. Maar Pokémon evolueerde naar volgende levels en had om dat te kunnen doen, zijn omgeving nodig. Een beetje vergelijkbaar met de wereld van nu, waar zoveel partners nodig zijn om elke keer weer die akkoorden te kunnen sluiten en überhaupt een stap verder te kunnen komen. En vervolgens claimt iedereen die bij de vorming van het akkoord betrokken is, dit als zijn eigen persoonlijke succes.
Lokaal gaat het in een aantal gemeenten net  weer even wat anders. Daar beginnen gemeenteraden, soms onder leiding van ‘onafhankelijke’ informateurs, met het opstellen van raadsprogramma’s. Met alle betrokkenen worden over zoveel mogelijk onderwerpen afspraken gemaakt waarin iedereen zich kan vinden en die mensen binden. In plaats van met een kleine groep, doen we het nu met z’n allen. Het klinkt bijna idyllisch, maar dat is het niet.
Dergelijke werkwijzen schieten geheel naar de andere kant door. Misschien zijn ze heel erg modern en bestuurlijk vernieuwend, maar ze zijn tegelijkertijd ook kleurloos, saai en weinig inspirerend. In plaats van mannetjesputters zien we hier een gebrek aan durf om keuzes te maken en daar later verantwoording over te willen afleggen. Dergelijke werkwijzen maken een volgende gang naar de stembus overbodig. Als je lokaal niet je nek durft uit te steken voor een goed coalitieakkoord op basis van een onderhandelingsresultaat van partijen die het gaan doen met elkaar en die daar over vier jaar op afgerekend kunnen worden, waarom zou je dan nog kiezen? En met welke opgave stuur je het college dan op pad? Het lijkt misschien wel heel modern, maar een beetje meer duidelijkheid is toch wel gewenst. Anders kom je in een vergelijkbare wereld als die van de landelijke akkoorden. Maar nu niet geboren uit de noodzaak voor draagvlak, maar uit noodzaak om keuzes door de politiek te vermijden en over te laten aan de uitvoeringspartners in het maatschappelijk middenveld. Nee, dan toch maar liever het coalitieakkoord tussen politieke partijen. Dan maar ouderwets. 

Foto Nationale Beeldbank

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 38 nr. 5 Mei 2014
Reageer