Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Afgevaardigde

Marijke Linthorst

Stok achter de deur

Met een zekere regelmaat komt de vraag op of de bevoegdheden van de Eerste Kamer niet aan herziening toe zijn. De keuze die de senaat heeft, een wetsvoorstel aannemen of verwerpen, zou te beperkt zijn.
Eén van de voorstellen is om de Eerste Kamer een ‘terugzendrecht’ te geven. De Eerste Kamer zou wetsvoorstellen waarvan zij vindt dat ze de toets der kritiek niet kunnen doorstaan dan kunnen terugsturen naar de Tweede Kamer. In sommige varianten houdt dit in dat het eindoordeel over het teruggestuurde wetsvoorstel bij de Tweede Kamer komt te liggen. Anderen, zoals de Nationale Conventie van 2006 (een adviescollege dat door het kabinet Balkenende-2 werd ingesteld) zijn van mening dat het, al dan niet gewijzigde, wetsvoorstel opnieuw aan de Eerste Kamer moet worden voorgelegd. Maar ook zij verwachten dat de Eerste Kamer dan in principe het besluit van de Tweede Kamer zal volgen. Het politieke primaat ligt immers bij de Tweede Kamer.
Als dit de consequentie zou zijn van het terugzendrecht, dan ben ik een voorstander van de bestaande situatie. De keuze is inderdaad beperkt en in sommige gevallen is de afweging lastig. Maar achter deze beperkte keuze ligt een wereld aan mogelijkheden. De Eerste Kamer toetst wetsvoorstellen met name aan een aantal criteria: rechtmatigheid, uitvoerbaarheid, proportionaliteit, handhaafbaarheid en consistentie met andere wetgeving. Als er op één of meer van deze punten twijfel bestaat, heeft de senaat een aantal opties.
Zij kan op de eerste plaats proberen meer duidelijkheid te krijgen. Dit is bijvoorbeeld gebeurd bij het wetsvoorstel passend onderwijs. Bij de behandeling van dit wetsvoorstel in de Tweede Kamer stond vooral de met het wetsvoorstel gepaard gaande bezuiniging van 300 miljoen euro centraal. Tegen de tijd dat het wetsvoorstel de Eerste Kamer bereikte, was deze bezuiniging gelukkig van tafel. Toch waren we er niet helemaal gerust op. Er bereikten ons signalen dat de bekostiging van het reguliere onderwijs inmiddels zo minimaal was geworden,  dat de invoering van passend onderwijs alsnog een hels karwei zou worden. Verdere bezuinigingen zouden alleen nog gevonden kunnen worden in de personele bezetting. En dan wordt het natuurlijk wel erg moeilijk om kinderen die extra aandacht vragen op een goede manier op te nemen in het reguliere onderwijs. De Eerste Kamer heeft de regering toen gevraagd om de Algemene Rekenkamer onderzoek te laten doen naar de financiële positie van het reguliere onderwijs. Vlak voor de zomer kwam de Algemene Rekenkamer met de resultaten. De rek is er inderdaad nu wel uit bij het reguliere onderwijs. Met dit onderzoek heeft de Eerste Kamer méér duidelijkheid gecreëerd over de uitvoerbaarheid van de wet. Vervolgens ligt de bal bij de Tweede Kamer.
Op de tweede plaats kan de senaat proberen verbeteringen in het wetsvoorstel te realiseren. Formeel heeft de Eerste Kamer geen recht van amendement, maar als de twijfels zó groot zijn dat een wetsvoorstel dreigt te sneuvelen is de regering vaak wel bereid om tegemoet te komen aan de kritiek. Dit was bijvoorbeeld het geval bij de prostitutiewet. Met deze wet wordt geprobeerd de positie van prostituees te versterken en mensenhandel tegen te gaan. Eén van de voorgestelde maatregelen was de zogenoemde ‘vergewisplicht’: klanten moesten zich ervan vergewissen dat de betrokken prostituee haar werkzaamheden vrijwillig verrichtte en was wie zij zei te zijn. Een naar het oordeel van de Eerste Kamer volstrekt onuitvoerbare maatregel. De minister heeft het wetsvoorstel teruggenomen.
En tenslotte kan de senaat een wetsvoorstel verwerpen. Dat is bijvoorbeeld gebeurd bij het Elektronisch Patiënten Dossier dat door de gehele Eerste Kamer werd gezien als risicovol, technisch onveilig en privacy-onvriendelijk.
De Eerste Kamer is uiterst terughoudend in het verwerpen van wetsvoorstellen. In de periode 1995-2012 werden er van de meer dan 2000 ingediende wetsvoorstellen slechts 15 verworpen. Als een wetsvoorstel ondeugdelijk is, zal de senaat in eerste instantie haar overtuigingskracht gebruiken. Maar als dat niet helpt is de mogelijkheid van verwerpen een belangrijke stok achter de deur.

 

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 37 nr. 12 December 2013
Reageer

Verder in deze uitgave van Lokaal Bestuur
Jaargang 37 nummer 12 december 2013:

Lees deze artikelen in Lokaal Bestuur:

download pdf word nu abonnee