Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Zomercolumn Jacqueline: Topinkomens en minima

5 augustus 2014

column nbb foto 764106 6048x4032Mag een gemeente aan inkomenspolitiek doen? De Raad van State, de hoogste bestuursrechter van ons land, vindt van niet. De gemeente Eindhoven wilde korten op de subsidie van twee instellingen die hun bestuurders een salaris gaven dat ruim boven de Balkenende-norm lag. Die instellingen stapten naar de Raad van State, en Eindhoven werd in het ongelijk gesteld.
Betekent dit, dat de gemeente aan instellingen die zij subsidieert volgens de Raad van State geen voorwaarden mag stellen? Nee, maar die voorwaarden moeten wél gericht zijn op het verwezenlijken van het doel waarvoor de subsidie wordt verstrekt. De Raad van State gaat daarbij voorbij aan het feit, dat er een relatie is tussen de overhead van een instelling en het geld dat er overblijft om haar doelstellingen te realiseren. Immers, hoe meer geld er naar de bestuurders gaat, hoe minder er resteert voor de mensen die geheel of deels van de  instelling afhankelijk zijn. Eigenlijk beschermt de Raad van State dus het inkomensbelang van veelverdienende bestuurders. Een categorie mensen die deze bescherming echt niet nodig heeft.
Ook als een gemeente mensen met heel lage inkomens probeert te helpen, kan zij in de problemen komen. Dat is bijvoorbeeld het geval bij social return. Veel gemeenten stellen bij hun aanbestedings- en subsidiebeleid als voorwaarde, dat een minimumpercentage van de aanneemsom wordt gebruikt voor de inzet van langdurig werklozen, jongeren en gehandicapten. Op die manier komt de gemeente op voor de onderkant van de arbeidsmarkt. Social return werd in eerste instantie gezien als belangrijk middel om arbeid toegankelijk te maken voor kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt. Op dit moment zeggen steeds meer ‘deskundigen’ echter dat social return contraproductief is en leidt tot ‘een carrousel van werklozen die elkaar voortdurend vervangen’. Social return wordt in deze discussie ook wel gezien als een sluiproute voor het bedrijven van inkomenspolitiek door de lokale overheid. Maatregelen die het leven van minima iets zouden kunnen verlichten, zouden op gespannen voet staan met de armoedeval. Met armoedeval wordt bedoeld dat het besteedbaar inkomen niet of te weinig stijgt als iemand gaat werken. Bijzondere bijstand of inkomensafhankelijke regelingen kunnen inderdaad tot gevolg hebben dat iemand er niet op vooruit gaat als hij een baan accepteert. Maar bedenk wel: dan hebben we het over mensen met heel lage inkomens.
Ook door de gemeente gesubsidieerde voedselbanken worden wel gezien als een middel om inkomenspolitiek te bedrijven. Een gemeente kan ook bonnen of geld aan minima verstrekken om boodschappen te doen. Om te voorkomen dat ze hiervoor op de vingers getikt worden of dat er discussie over ontstaat, worden soms hulpstructuren bedacht, zodat het niet de gemeente zelf is die de regels uitvoert maar een gesubsidieerde organisatie.
Strikt genomen wordt hier, volgens de criteria van de Raad van State, inkomenspolitiek bedreven door de gemeente. Dat mag niet van dit hoge college, en daarbij maakt het niet uit of de maatregelen zijn bedoeld om de positie van de minima te verbeteren of om de topinkomens aan te pakken. Een aanvechtbaar standpunt. Ongelijke gevallen zou je ook echt ongelijk moet kunnen behandelen. Laten we daar de discussie maar eens over gaan voeren!

Jacqueline Kalk