Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Wet HOF geeft ruim baan voor investeren

13 mei 2013

23 ed grootOnlangs heeft de Tweede Kamer de wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF) goedgekeurd.  Over de wet is veel te doen geweest bij provincies, gemeenten en waterschappen.  Gevreesd werd dat deze wet de investeringen van de lagere overheden op slot zou zetten. Dat zou in deze barre economische tijden een ramp zijn. Gelukkig heeft minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën goed geluisterd naar onze kritiek en die van de lagere overheden. De wet is ingrijpend aangepast. De kou is uit de lucht. Dus zeg ik tegen gemeenten, provincies en waterschappen: als u scholen, wegen of  dijken wilt bouwen, moet u dat vooral doen. De wet HOF houdt u niet tegen!

De wet HOF regelt in essentie twee zaken die voortvloeien uit Europese verplichtingen. De eerste is dat het nationale systeem van begrotingsvoorbereiding en de toepassing van vaste uitgavenkaders wettelijk worden vastgelegd. Ten tweede worden lagere overheden gebonden aan een maximaal begrotingstekort op kasbasis.

Vooral dit laatste lag de lagere overheden en ook de PvdA zwaar op de maag. En terecht. Want het oorspronkelijke wetsvoorstel, zoals dat nog door  CDA minister Jan Kees de Jager was ingediend, was veel  te streng.

De Jager wilde elke individuele gemeente of provincie dwingen tot een maximaal tekort op kasbasis, dat bovendien structureel terug naar nul moest. Maar lagere overheden werken helemaal niet met begrotingen op kasbasis. Lagere overheden hanteren de ‘gulden financieringsregel’, die zegt  dat  lopende uitgaven moeten worden gedekt door lopende inkomsten, maar waarbij voor investeringen mag worden geleend. Op die investeringen wordt vervolgens geleidelijk afgeschreven.

Dit op zichzelf prima systeem heeft tot gevolg dat de begroting op kasbasis van jaar tot jaar flink kan variëren. In tijden dat er wordt geïnvesteerd zijn er op kasbasis grote tekorten en in jaren waarin wordt afgeschreven zie je overschotten.   

De Jager zag al in dat die zogenoemde ‘micro-normering’ onwerkbaar was.  Er kwam een macronorm, zodat tekorten van de ene gemeente of provincie kunnen worden weggestreept tegen de overschotten van andere.  Dat scheelde al. Maar ook de macro-norm bleef knellen, want het totale tekort moest nog steeds naar nul op straffe van boetes van de landelijke overheid.

Gelukkig heeft het nieuwe kabinet voor constructief bestuurlijk overleg gekozen. Een groot aantal versoepelingen zijn aangebracht. De macronorm is aanzienlijk opgerekt. Wordt de norm toch overschreden, dan volgen tot 2017 geen sancties of boetes. Er blijft ten allen tijde ruimte voor bestuurlijk overleg op basis van gelijkwaardigheid. De wet HOF is zo ingrijpend op de schop gegaan dat sommigen zelfs menen dat het een tandeloze tijger is geworden.

Toch zijn er lagere overheden die nog steeds vrezen dat de wet HOF gaat knellen. Het gaat hier om provincies met behoorlijke financiële reserves die ze graag de komende jaren willen uitgeven aan economische structuurversterking. Ik juich die ambities van harte toe, want het getuigt van  een gezonde investeringslust die we meer dan ooit nodig hebben. Maar ik meen ook dat de vrees ongegrond is dat die investeringslust wordt gesmoord door de wet HOF.

Ik ben diep in de cijfers gedoken. Uit de ramingen van het Centraal Planbureau blijkt dat de totale investeringen van de lagere overheden in 2017 vanzelf al onder het niveau van de afschrijvingen komen. Met andere woorden, de middelen die vrijkomen uit de afschrijvingen zijn al voldoende om de totale investeringen in de komende jaren te financieren. Een tekortnorm van nul zou dus in 2017 al  voldoende zijn.

Die lagere investeringsbehoefte heeft deels met demografie en deels met de crisis te maken. Er zijn de komende tijd nu eenmaal minder scholen nodig en door de crisis worden minder nieuwbouwlocaties ontwikkeld dan in de voorbije jaren van economische voorspoed.

De werkelijke investeringsruimte is echter veel groter dan de afschrijvingen. Volgens het bestuursakkoord dat Dijsselbloem heeft afgesloten met VNG, IPO en de Unie van waterschappen mogen de lagere overheden een tekort hebben van 0,5% in de jaren 2013 2014 en 2015, 0,4% in 2016 en 0,3% IN 2017. Bij elkaar gaat het om zo’n  12 miljard aan extra investeringsruimte.

Het moet wel erg gek gaan wil die extra ruimte worden overschreden. In theorie is dat alleen mogelijk als alle investeringsplannen, rijp en groen, zonder meer worden uitgevoerd en provincies al hun financiële reserves daadwerkelijk tot nul terugbrengen. Maar de ervaring wijst uit dat dit nooit gebeurt. Lagere overheden zijn wat dat betreft niet anders dan pakweg woningcorporaties of particuliere bedrijven. Van woningcorporaties is bekend dat de daadwerkelijk gerealiseerde woningen steevast ongeveer een derde lager liggen dan men van plan was. Iets soortgelijks zien we bij de jaarlijkse CBS-investeringsenquêtes onder het bedrijfsleven. En dat is begrijpelijk. In de praktijk gaat de spa vaker later dan eerder dan gehoopt de grond in. 

Maar wat als ons straks toch het goede nieuws bereikt dat de lagere overheden alle verwachtingen overtreffen met hun investeringen?  Dan ligt er nog altijd een Kamerbreed gesteunde  motie waarin klip en klaar staat dat het kabinet moet voorkomen dat de wet HOF leidt tot uitstel of afstel van investeringen en daarmee tot verlies van werkgelegenheid.  Daar kunnen lagere overheden ons én het kabinet aan houden.

Ed Groot is lid van de Tweede Kamer voor de PvdA