Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Wat is de waarde van “hoe willen we oud worden” voor lokale politici?

15 december 2016

Uitgesproken door Jacqueline Kalk, directeur Centrum van Lokaal Bestuur, 10 december 2016 tijdens bijeenkomst 'Hoe willen we oud worden?' van de Wiardi Beckman Stichting en het Centrum voor Lokaal Bestuur.

shutterstock_421952294.jpgWat is de waarde van “hoe willen we oud worden” voor lokale politici?

Voor de lokale politiek zijn alle aanbevelingen uit het onderzoek van waarde. De oudere komt er uit naar voren als het nieuwe cement van de samenleving, als de super vrijwilliger, de super hulpverlener, de moderne sexe neutrale huisvrouw. Dat zijn mooie observaties. Die kunnen lokaal van grote betekenis zijn. Voor de participatiesamenleving zouden, op basis van deze bevindingen, ouderen veel centraler moeten staan. En dan niet als onderwerp van zorg maar als bron van daadkracht. Immers onmisbaar in het verenigingsleven, onmisbaar in de zorg voor kleinkinderen en voor andere ouderen en onmisbaar in de horeca. Want daar zijn ouderen overdag in grote mate vertegenwoordigd. Natuurlijk is ontmoeten in de openbare ruimte belangrijk, een praatje in het park, een bankje bij de vijver, een bakker in het winkelcentrum. In de stedelijke omgeving is dit prima te realiseren maar voor het platteland moeten we op zoek naar alternatieven. Bijvoorbeeld afhaalpunten voor boodschappen bij particulieren of bij de huisarts.

Aan een aantal van de aanbevelingen wordt lokaal al volop aan gewerkt. Zo is in veel steden voortvarend met de uitvoering van het VN-verdrag voor mensen met een fysieke beperking aan de slag gegaan. Dat levert boeiende discussies op met stedenbouwkundigen die vooral naar zichtlijnen en mooie bouwvlakken kijken en niet zozeer naar toegankelijkheid. Andere aanbevelingen liggen een stuk lastiger. Openbaar vervoer op het platteland en vooral in de krimpgebieden is al lang afhankelijk van de (oudere) vrijwilliger op de buurtbus. In de aanbesteding wordt dit al als vrijwilligerswerk meegenomen en moet de vervoerder dus vrijwilligerswerk kunnen leveren. Dat levert spanning op met verdringing van arbeid en de waarde bestaanszekerheid. Het idee van bussen op vaste lijnen wordt steeds vaker vervangen door vervoer op maat. Wat je er ook van vindt, het is al op veel plekken praktijk.

Schuldhulpverlening, een andere aanbeveling uit het onderzoek, staat al hoog op de lokale agenda en daar vooral de vraag hoe je deze hulpverlening zo laagdrempelig en toegankelijk mogelijk kunt houden.

In het kader van Van Waarde lokaal zijn we (WBS en CLB) een aantal keren op expeditie geweest. Om te kijken hoe gaat het nou met die decentralisaties. Leveren die nu betere zorg voor ouderen of juist niet? In Drenthe en Arnhem hebben we een aantal projecten bezocht. Dagbesteding is daar meer dan alleen de biljartclub. Die biljartclub bestaat daar nog steeds en ook die kan van grote waarde zijn voor ouderen. In Arnhem zagen we een goede combinatie van dagbesteding in de vorm van werkprojecten, het maken van lampen en meubels, in hetzelfde gebouw waar ook gebiljart en gekaart werd. Deelnemers en hun mantelzorgers waren er heel erg blij mee. En zo zijn er tal van initiatieven en projecten die de beloftes van de decentralisaties vorm en inhoud geven. En het kunnen nog veel meer worden.

Maar we spraken ook de jongeren die nu opgeleid worden voor de zorg, MBO 3 en 4. Zij gaven aan niet gelukkig te zijn met hun toekomstige baan, als ze het over mochten doen, zouden ze een ander vak hebben gekozen. Want datgene wat hen motiveert, zorgen voor ouderen, een praatje maken, een arm om iemands schouder, nabijheid. Die zorg, merkten ze op hun stages, die zorg geven, was niet mogelijk, daar was geen tijd voor. En dat is ook zorgwekkend. Als de leerling verpleegkundigen al iets anders willen gaan doen nog voordat ze leerling af zijn, dan is er wel wat aan de hand.

Mensen blijven steeds langer zelfstandig wonen. Dat is een gegeven. Een tijd lang hebben we gedacht dat alle ouderen, als de kinderen eenmaal de deur uit zijn, vooral in appartementen zouden gaan wonen. Dat is niet zo, in ieder geval niet direct. Immers als het financieel niet nodig is waarom zou je dan vrijwillig kleiner gaan wonen? En waar laat je dan al die kleinkinderen waar al die ouderen maar op moeten passen? Bovenal willen mensen ook blijven wonen in hun eigen wijk. En dat terwijl het levensloopbestendig wonen nog maar in de kinderschoenenstaat. Niet alle woningen zijn geschikt te maken voor ouderen, simpel omdat niet in elke woning een traplift past.

Voor ouderen met weinig geld is het passend toewijzen een nieuwe handicap. Immers ook de sociale woningvoorraad hebben we verdeeld voor inkomensgroepen en dus is niet elke sociale woning bereikbaar voor elke oudere, nog even los of die geschikt is. Passend toewijzen leidt helaas tot segregatie. Maar er zijn meer bedreigingen. Zoals het protest in een wijk in een middelgrote gemeente in het midden van het land tegen woningen voor ouderen. Zij vonden dat er in hun wijk al genoeg ouderen woonden en nog meer zou slecht zijn voor de waarde van hun huis. Hoe willen we omgaan met dat soort opvattingen? Of met bureaucratische regels die een mooie woonvorm voor ouderen in een te verbouwen klooster niet toestaan omdat er geen woonadressen mogen worden toegevoegd in een krimpgebied. Dan botsen verschillende belangen en waar leg je dan de prioriteit.

Lokaal gaat niet over de verpleegzorg maar heeft er wel veel mee te maken. Er is veel onrust over de verpleeghuizen en het vermeende gebrek aan goede zorg. Kleinschalige initiatieven voor welvarende ouderen zijn daar vaak een reactie op, en terecht wijst de WBS er op dat er geen tweedeling in de ouderenzorg moet ontstaan. A en B zorg. Tegelijkertijd is dit al een realiteit, net zo als het een realiteit is dat er in het Gooi kinderopvang is voor zilveren kinderen en gouden kinderen. In de kinderopvang krijgen de gouden kinderen biologische groenten en de betere luiers. In de A zorg krijgen de rijkere ouderen Douwe Egberts koffie en mogen zij vaker naar de wc. Wij mogen ons bij dergelijke verschillen nooit neerleggen. Niet voor ouderen en niet voor kinderen.

Er wordt gepleit voor een cultuurverandering in de verpleeghuizen, zodat leren van elkaar de norm wordt. Natuurlijk is dat enorm belangrijk. Maar een keurmerk draagt niet bij aan een cultuurverandering. Als we iets hebben gezien, is het wel dat instellingen heel druk kunnen zijn met het verwerven van willekeurig welk keurmerk of kwaliteitstoets dan ook. Maar zodra dit behaald is, verdwijnt het weer naar de achtergrond. Het nadeel van keurmerken zijn nu eenmaal de jaarlijkse meetmomenten. Terwijl je zou willen dat elk uur zijn eigen meetmoment is. Voor een dergelijke cultuuromslag is veel meer nodig dan alleen een keurmerk. Tevredenheid van medewerkers en bewoners zegt veel meer dan welk keurmerk dan ook. En als iemand de aardappels wil schillen, moeten we ophouden te zeuren dat dit alleen mag als je latex handschoenen draagt. Terecht wijst Annemarieke Nierop erop dat ouderen regie over hun leven willen houden, en dat de risico’s die hieraan kunnen zitten er ook bij horen.

En dat brengt me naar het laatste onderwerp. Eenzaamheid. Lokale politici maken zich vaak grote zorgen over eenzaamheid onder ouderen. Veel ouderen geven ook aan dat zij eenzaam zijn. Oude vrienden en bekenden zijn er niet meer, familie woont niet in de buurt en met afname van de eigen mobiliteit wordt het steeds lastiger om nog veel contacten te hebben. Aan de ene kant kun je zeggen dat er alleen maar meer eenzame ouderen bij zullen komen. Immers we worden nog steeds ouder, krijgen nog minder kinderen en leven steeds vaker als bewuste single. Aan de andere kant zijn de nieuwe ouderen meer in contact met de wereld via internet, skype, facebook. Toch lost dit eenzaamheid onder ouderen niet op. Eenzame ouderen zullen er altijd blijven. Soms zijn mensen ook eenzaam doordat of omdat ze niet aardig zijn. Verzuurd, vol commentaar op anderen of niet meer in staat om te genieten van het contact met anderen. Mijn buren zijn daar de spreekwoordelijke voorbeelden voor. Maar zelfs dan blijft het belangrijk dat de lokale overheid zich om hen blijft bekommeren. En gelukkig is het ook niet zo dat elke oudere per definitie eenzaam is. 

 

Afbeelding: Shutterstock