Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Vijf vragen aan ... Fleur Imming

23 januari 2015

fleurDinsdag werd bekend dat Ahmed Aboutaleb (burgemeester van Rotterdam) is uitgeroepen tot beste lokale bestuurder van 2014. Hij werd gevolgd door Peter van den Oudsten (burgemeester van Groningen, voorheen in Enschede) en Eberhard van der Laan (burgemeester van Amsterdam).

Op de lijst van in de prijzen gevallen PvdA’ers stond ook Fleur Imming, wethouder in Amersfoort. Zij kreeg de prijs voor Beste Nieuwkomer 2014. Imming is wethouder zorg, wonen en wijken, een belangrijke portefeuille vanwege de decentralisaties.

 1. Gefeliciteerd Fleur met de prijs voor Beste Nieuwkomer 2014. Hoe heb jij het afgelopen jaar als wethouder ervaren?

Het was een spannend, leerzaam, uitdagend, intensief maar vooral een fantastisch jaar. Het is heel bijzonder om als beginnend wethouder meteen met de decentralisaties aan de slag te mogen, het is echt een enorme omslag die we met z’n allen maken. Maar daar als wethouder vorm en inhoud aan geven in een stad als Amersfoort is geweldig om te doen! 

2. Bij de winnaars waren opvallend veel PvdA’ers. Hoe denk je dat het komt dat PvdA-bestuurders zich onderscheiden?

We zouden het kunnen opvatten als het teken dat we toch echt een bestuurderspartij zijn, maar ik denk vooral dat PvdA-bestuurders op lokaal niveau een heel goed gevoel hebben voor wat er nodig is op dit moment in deze tijd. Burgemeesters als Aboutaleb en Van der Laan die zonder meel in de mond benoemen en adresseren, maar vervolgens ook oppakken én doorpakken: ik neem daar ook als wethouder een voorbeeld aan. Zeggen waar het op staat, maar ook doen wat er gedaan moet worden.

3. Door de jury werd jij bestempeld als constructief, krachtig en goed in staat om te luisteren naar burgers en raad. Dat doet denken aan het rapport ‘Einde aan de machteloze politiek’ van de commissie Hamming. Hoe geef jij vorm aan de door waarde gedreven politiek? 

Ik probeer in goed contact te staan met alle belanghebbenden in mijn portefeuille: directeuren, medewerkers, cliënten. Daarom ga ik bijna iedere week op werkbezoek, waarbij de harde eis is dat ik zowel de directeur of manager als de gebruiker of cliënt kan spreken. En dan van jeugdzorginstelling tot corporatie en van cliëntenraad tot huurdersvereniging. Daar bespreek ik waar de kansen liggen en doe ik ideeën en inspiratie op. Ook wil ik zichtbaar maken dat mensen zich vrij moeten voelen om hun zorgen bij me neer te leggen, dat ik als bestuurder benaderbaar voor ze ben en niet in een ivoren toren zit. En ik wil goed en constructief samenwerken met de gemeenteraad, want het gaat hier om het belang van de inwoners van ónze stad. Ik heb wel gemerkt dat sommige onderwerpen in de decentralisaties zich uitermate slecht lenen voor discussie die wordt gedomineerd door politiek gewin, en dat vraagt dus meer om ‘gesprek’ dan om ‘debat’, dus probeer ik dat te organiseren. Maar in alles wat ik doe is het sleutelwoord ‘samen’, zonder daarbij te vergeten wat mijn rol is als bestuurder mét sociaal-democratische idealen. 

4. In het rapport Hamming wordt ook het belang van scholing benadrukt. Welke rol speelt scholing in jouw werk als wethouder?

Ik vind het belangrijk om mezelf scherp te houden, mijn eigen ‘tegenspraak’ te organiseren. Daarin heb ik het afgelopen jaar veel gehad aan mijn coach, Bert Lubbinge. Hij is oud-wethouder, gepokt en gemazeld, en hij houdt me tijdens onze sessies iedere keer weer de juiste spiegel voor. Daarnaast steek ik heel veel op van de interactie met collega’s. Zo heb ik recent nog een intervisie met andere wethouders gedaan, daar hadden we allemaal wat aan! En met mijn collega’s in het college van Amersfoort gaan we iedere drie maanden een dag samen zitten om te werken aan inhoud én teambuilding. Daarmee leren we ook van elkaar.    

5. Wat zijn jouw plannen voor 2015? Per 1 januari zijn de decentralisaties doorgevoerd. Hoe ga jij komend jaar het verloop van deze veranderingen monitoren als wethouder zorg? 

Toen ik wethouder werd in april 2014 was er al heel wat in gang gezet en is er een stevige basis in Amersfoort neergelegd, maar er zijn nog de nodige ontwikkelvraagstukken. Dus 2015 wordt voor mij het jaar waarin ik ook echt mag gaan ‘bouwen’. Daarnaast gaan we nu aan den lijve ondervinden wat ‘de zorg dichtbij’ concreet betekent voor ons allemaal. Hoe gaan de wijkteams het doen? Hebben we het goed georganiseerd? Ik houd samen met mijn ambtenaren de vinger goed aan de pols, ik heb samen met cliënt- en adviesraden en de gemeenteraad een monitor opgesteld, maar het is ook vooral luisteren en kijken, voelen en proeven. Dus ik ben veel in de stad te vinden dit jaar!