Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Mantelzorg in de praktijk

26 september 2015

Ouderen zijn gelukkiger als zij langer thuis wonen. Dat is een van de gedachten achter de decentralisatie van de Wmo/AWBZ. Maar hoe werkt dit in de praktijk? Onder welke voorwaarden wonen ouderen liever thuis? En wat betekent dit voor gemeenten, zorginstanties, mantelzorgers en andere betrokken die hard werken om dit te realiseren? Naar het antwoord op deze en andere vragen gingen het CLB en de WBS op 28 augustus op zoek tijdens Van Waarde Expeditie in de Achterhoek en Arnhem.  

In gesprek met medewerkers van het sociaal wijkteam horen we dat ouderen en hun kinderen in de Achterhoek één ding gemeen hebben: ze vragen niet om hulp voor zichzelf. Dat is nu eenmaal de cultuur in de Achterhoek. Hulpvragen komen uiteindelijk van de kinderen maar vaak te laat. De grootste uitdaging voor de medewerkers in het sociaal wijkteam is dan ook dat mensen zich tijdig melden. Hoe zorg je ervoor dat je aan de voorkant van de problemen al bij de mensen aan de keukentafel zit?

Dit geldt niet alleen voor de mensen die zorg nodig hebben, maar ook voor de mantelzorgers. Ouderen willen graag langer thuis blijven wonen, maar hulp en ondersteuning vanuit de omgeving is dan wel een vereiste. De aanwezigen zijn het erover eens dat de druk op mantelzorgers de afgelopen jaren flink is toegenomen en dat deze onevenredig gedragen wordt door de partner en de (schoon)kinderen die het dichtst bij wonen. Deze mensen zijn zelf vaak ook al op leeftijd. Zij zorgen voor hun ouders, maar hebben tegelijkertijd misschien ook kleinkinderen waar ze op moeten passen. Wat kan de gemeente doen om hen te ontlasten en te ondersteunen? In Arnhem hebben ze voor de mantelzorgers een bonnensysteem bedacht. Met zo'n bon kan een mantelzorger een keertje naar de bioscoop of uit eten. Een goed idee? Het is natuurlijk aardig, maar, zo zeggen de mantelzorgers, we hebben liever geld zodat we zelf kunnen beslissen wat we in onze vrije tijd doen.

Bij de Stichting Welzijn Ouderen Arnhem (SWOA) gaat het gesprek over de impact van dagbesteding op cliënten en hun partners. Vol trots wordt verteld over de dementerende Wouter die in het kader van de dagbesteding twee dagen in de week schoolkinderen begeleidt bij het schoonvegen van het groen in de buurt. Deze twee dagen dagbesteding geven Wouter een doel én hij heeft zijn dag- en nachtritme weer terug gekregen. Bovendien kan de partner, die normaal gesproken de zorg verleent, even bijkomen. In Arnhem wordt de dagbesteding uitgevoerd met vrijwilligers. Alleen de coördinator wordt betaald. Een vraag die vervolgens opdoemt, is hoe ver je mag gaan met het inzetten van vrijwilligers in de dagbesteding waarin steeds meer dementerenden worden opgevangen. Een lastige kwestie. Een van de aanwezigen geeft aan dat haar organisatie met drie voltijd werknemers 180 vrijwilligers begeleidt, die op hun beurt 1000 mantelzorgers ondersteunen, voor het merendeel vrouwen. Dat is bijzonder weinig!

Ook het indiceren door de mensen van het wijkteam zelf komt aan de orde. Niet alle aanwezige PvdA-raadsleden zijn ervan overtuigd dat het indiceren door medewerkers van het wijkteam een goed idee is. Je krijgt toch het idee van de slager die zijn eigen vlees keurt, zo zeggen zij. Toch vinden we dit als PvdA een groot goed. Het gaat om het herstel van vertrouwen in het oordeel van onze professionals. Zij weten, in overleg met hun cliënten, het beste wat er nodig is. Sterker nog, het was zelfs een van de belangrijkste redenen waarom we deze beweging hebben ingezet: vertrouwen in de professionals en hulp zo dicht mogelijk bij de cliënt en in de buurt. De medewerkers van het wijkteam zijn hier blij mee, al blijft er op de achtergrond altijd een dilemma spelen: doe je echt wat goed is voor de mensen of hou je alvast rekening met de beperkte budgetten? Dit dilemma voelen ze eigenlijk elke dag. De gemeenten in de Achterhoek zijn niet rijk. Zij staan zelfs dermate onder druk dat er ook wordt gekeken naar de Wmo budgetten als algemene post waarop kan worden bezuinigd om de eigen begroting sluitend te maken. Raadsleden, wethouder en medewerkers in de zorg maken zich hier grote zorgen over. De transformatie van de zorg biedt hiervoor geen oplossing, die moet eerst nog helemaal op gang komen. Alle tijd van de medewerkers gaat zitten in lopende zaken, de herindicaties en de vraag of iets onder de Wmo valt of onder de Wet Langdurige Zorg. Doordat de medenwerkers niet toe komen aan het bieden van preventieve zorg en de transformatie nog niet op gang komt bestaat het risico dat we hetzelfde blijven doen maar met minder geld.

Wat hebben medewerkers in de zorg nodig van de politiek? Een belangrijke vraag gedurende deze dag. De zorgmedewerkers benoemen een aantal punten:

  • Ook al is de dagbesteding dicht bij huis en in de buurt, niet iedereen kan daar zelf komen. Soms is er gemotoriseerd vervoer nodig, regel dat er voldoende geld is om dit te kunnen bieden.
  • Accepteer dat de prikkel ‘onthouding’ grenzen heeft en geen wondermiddel is.
  • Geef vertrouwen aan de professional en ruimte. Geef tijd voordat je weer nieuwe veranderingen doorzet.
  • Het begeleiden van vrijwilligers kost tijd en geld en is een professionele aangelegenheid. Accepteer dit en investeer hierin.
  • Kijk naar de mogelijkheden om maatschappelijk ondernemerschap te stimuleren. Dagbesteding kan ook worden vormgegeven in het reguliere bedrijfsleven.

Is dit een noodkreet? Ja! Kunnen onze wethouder en raadsleden in de Achterhoek en Arnhem  dit direct oplossen? Waarschijnlijk niet. Maar wat als een paal boven water staat, is dat deze problematiek die werd uitgesproken richting onze politici, zeker niet alleen in de Achterhoek speelt. Hoe pak jij deze handschoen op?