Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Column Martijn van Dam

25 februari 2014

martijn van dam lowresMartijn van Dam

vicefractievoorzitter Tweede Kamerfractie PvdA

Het was zomer 2002. Een paar maanden na de beroerde verkiezingen. Met Jan Hamming, twee van de broers Depla en vele andere lokale volksvertegenwoordigers en wethouders schreef ik een pamflet. Er moest veel veranderen. Goed opgeleid door de partij in het schrijven van puntenplannen schreven we vijftien korte statements hoe de partij moest worden verbeterd. Vijf punten gingen over de manier van politiek bedrijven. We vonden de PvdA te regentesk geworden, te paternalistisch. We schreven: we moeten vanuit de stad naar het stadhuis kijken in plaats van uit het stadhuis naar de stad. Te vaak hadden volksvertegenwoordigers de neiging met ambtenaren mee te denken en in de stad uit te leggen waarom het echt niet kon wat mensen wilden. Wij wilden de naam volksvertegenwoordiger eer aan doen. PvdA’ers hoorden tussen de mensen te staan kritisch te zijn over het presteren van de overheid. Ik had te vaak gezien hoe nodig dat was. Bijvoorbeeld toen in Woensel West in Eindhoven de wethouder en een ambtenaar de bewoners uitlegden waarom het onvermijdelijk was dat hun buurt onveilig was. De straatprostitutie, drugshandel en bijbehorende criminaliteit doken nu eenmaal altijd ergens op in een stad, en als de gemeente het in die wijk aanpakte, verplaatste het probleem zich alleen maar. Gelukkig hebben we het er niet bij laten zitten. Met camera's en extra politie-inzet werd de wijk veiliger gemaakt. Vandaag kun je er ’s avonds weer over straat zonder in een drugsdeal of op een geïmproviseerde afwerkplek terecht te komen. Het kon wel, als je je maar niet neerlegde bij de ambtelijke reflex om het probleem vooral te beschrijven in plaats van aan te pakken.
Er is sindsdien veel veranderd. Duizenden PvdA’ers gaan de wijken in om mensen te vragen wat ze van de wijk vinden. In campagnetijd elk weekend, en daarbuiten met net zoveel enthousiasme een paar keer per jaar. Geen partij weet zo goed wat er in buurten, op de werkvloer en aan de keukentafels speelt. We zoeken antwoorden en oplossingen bij vragen van de mensen en we spreken gemeenten, provincies en het Rijk aan.
Toch is dat geen reden om tevreden achterover te leunen. Nog steeds hoor ik raadsleden zeggen dat ze ergens niet over gaan. Nog steeds wordt aan buren van een overlastgevend pand van een huisjesmelker uitgelegd waarom de gemeente niet kan ingrijpen in plaats van samen met de bewoners net zo lang de aandacht van ambtenaren en wethouders te vragen tot de huisbaas wordt aangepakt. PvdA’ers horen aan de kant te staan van al die goedwillende mensen die het beste van hun buurt willen maken. Zij verdienen steun. Soms is voor die steun een lange adem nodig. Het vergt strijd om op te komen voor mensen van goede wil met weinig macht tegenover brutale huisjesmelkers, asociale buurtgenoten, grote bedrijven of een logge overheid. Strijd die je niet mag opgeven.
Als er één partij is die weet wat er onder de Nederlandse bevolking leeft en traditiegetrouw de volksvertegenwoordigers heeft die voor mensen de strijd aankunnen, die antwoorden en oplossingen willen zoeken en niet rusten tot het gemeentehuis in actie komt, is het de PvdA. Iedereen die straks herkozen of voor het eerst gekozen wordt, wacht de belangrijkste en mooiste verantwoordelijkheid die dit land kent: het volk vertegenwoordigen. Vanuit de buurten naar het gemeentehuis, van de stad naar het stadhuis. Tot en met 19 maart voeren we campagne om zoveel mogelijk mensen te mogen vertegenwoordigen. Ik wens iedereen daarbij heel veel plezier en succes, zodat we de traditie met zoveel mogelijk volksvertegenwoordigers mogen voortzetten!